**1..** Het college kan besluiten de aanvraag voor schuldhulpverlening te weigeren of de geboden schuldhulpverlening te beëindigen. Weigering of beëindiging vindt in ieder geval plaats indien de verzoeker:
de inlichtingen- en medewerkingsverplichting zoals vermeld in artikel 3.1 niet of niet behoorlijk nakomt;
niet (langer) tot de doelgroep behoort;
geen inkomen heeft of uitsluitend inkomen heeft op grond van de Wet studiefinanciering 2000;
niet (meer) is aangewezen op de gevraagde of geboden schuldhulpverlening omdat de noodzaak hiertoe ontbreekt of de voorziening niet langer toereikend is;
zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken voor de aflossing van zijn schulden;
het traject schuldhulpverlening succesvol heeft afgerond of te kennen heeft gegeven dat hij niet verder wil met het schuldhulpverleningstraject;
zich misdraagt jegens medewerkers en eventuele derden die namens het college belast zijn met werkzaamheden die voortkomen uit de schuldhulpverlening;
**2..** De toegang tot een schuldregeling wordt geweigerd indien:
een schuldregeling redelijkerwijs niet kan slagen vanwege de schulden die wettelijk niet geheel of gedeeltelijk kwijtgescholden kunnen worden en waarvan aflossing niet kan worden uitgesteld tot na afloop van een te treffen schuldregeling;
de verzoeker is veroordeeld voor fraude of daarvoor een onherroepelijke bestuurlijke sanctie opgelegd heeft gekregen tenzij de fraudegedraging meer dan 3 jaar geleden heeft plaatsgevonden of tenzij de schuldregeling in het belang is van de gezamenlijke schuldeisers.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.1