Naar hoofdinhoud
1.. Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2.. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft. 3.. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld. 4.. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond. 5.. De stemming over moties kan worden aangehouden; heeft de stemming niet plaats gevonden in de eerste vergadering twee maanden na het besluit tot aanhouden -recessen niet meegerekend- dan wordt de motie geacht te zijn vervallen.

Rechtspraak bij dit artikel