Naar hoofdinhoud
1.. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. 2.. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3.. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4.. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. 5.. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging. 6.. Onder afscheiden uit de fractie wordt verstaan de situatie waarin de fractievoorzitter dan wel het betreffende raadslid/-leden aan de voorzitter van de raad een schriftelijk bericht stuurt, waarin wordt meegedeeld dat één of meer personen niet langer deel uitmaken van de fractie, en waarin de naam/namen van die persoon/personen worden genoemd. 7.. Het lid of de leden van de fractie, die zich afsplitsen, worden aangeduid met: fractie, gevolgd door de achternaam van de leider van de afsplitsing. 8.. Het lid of de leden van de fractie, die zich afsplitsen en aansluiten bij een in de raad zitting hebbende fractie, worden aangeduid met de naam van die fractie waarbij zij zich aansluiten. 9.. De afgesplitste fractie, of het afgesplitste raadslid, heeft recht op fractievergoeding. Een afgesplitste fractie die, of een afgesplitst raadslid dat, zich aansluit bij een in de raad zitting hebbende fractie, wordt hiermee gelijk gesteld.

Rechtspraak bij dit artikel