Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
Afspiegelingsbeginsel: de systematiek om aan de hand van leeftijdscategorieën te bepalen welke medewerkers als gevolg van de organisatiewijziging boventallig worden. Hierbij is bin-nen de leeftijdscategorieën het anciënniteitsbeginsel van toepassing.
Anciënniteit: de diensttijd van de medewerker bij werkgever.
Belangstellingsregistratie: voordat de gemeente een besluit neemt over de plaatsing van een medewerker in een nieuwe functie of sleutelfunctie, wordt de medewerker in de gelegenheid gesteld om zijn/ haar belangstelling kenbaar te maken voor maximaal drie van deze functies.
Boventallig verklaarde medewerker: de medewerker in dienst van de gemeente die als gevolg van een organisatiewijziging zijn/ haar functie heeft verloren en die (nog) niet is geplaatst of herplaatst in een passende of geschikte functie.
Functie: het geheel van werkzaamheden dat door de medewerker is te verrichten krachtens en overeenkomstig hetgeen hem door het daartoe bevoegde gezag is opgedragen.
Geschikte functie: een functie binnen of buiten de organisatie die geen ongewijzigde of pas-sende functie is, maar die de medewerker bereid is te vervullen. De werkgever en de werkne-mer komen dit samen overeen.
Herplaatsen: het plaatsen van een boventallig verklaarde medewerker in een passende of ge-schikte functie binnen of buiten de organisatie.
Medewerker: de ambtenaar bedoeld in artikel 1:1 lid 1 sub a van de CAR- UWO.
Ongewijzigde functie: een functie die nagenoeg gelijk is aan de functie die de medewerker voor de organisatiewijziging vervulde.
Organisatiewijziging: een inkrimping of wijziging van de werkzaamheden van de gemeente (of een onderdeel daarvan) of een wijziging van de laatst vastgestelde organisatiestructuur van de gemeente (of een onderdeel daarvan), die niet van tijdelijke aard is en die personele ge-volgen met zich meebrengt.
Paritaire commissie: de commissie bedoeld in artikel 6:2 lid 2.
Passende functie: een functie binnen of buiten de organisatie waarin de medewerker gezien zijn persoon, opleiding, ervaring, omstandigheden en objectief vast te stellen vooruitzichten in redelijkheid kan worden geplaatst en waarbij geldt dat die functie niet meer dan één salaris-schaal hoger of lager is gewaardeerd dan de functie die hij laatstelijk heeft vervuld.
Plaatsen: het in het kader van een organisatiewijziging plaatsen van een medewerker in een uitwisselbare functie binnen de nieuwe organisatie.
Plaatsingscommissie: de commissie bedoeld in artikel 3:5.
Privatisering: de organisatiewijziging die het gevolg is van de verzelfstandiging van een deel van de organisatie tot een nieuwe (privaatrechtelijke) rechtspersoon of de overdracht van een deel van de organisatie aan een derde (privaatrechtelijke partij).
Publiekrechtelijke taakoverheveling: de organisatiewijziging die het gevolg is van de overheve-ling van een deel van de organisatie naar een ander publiekrechtelijk orgaan.
Salaris: het salaris bedoeld in artikel 3:3 van de CAR-UWO.
Salarisperspectief: de opeenvolgende salarisperiodieken van de schaal waarin de medewerker is ingedeeld tot en met het hoogste bedrag van de uitloopschaal.
Sleutelfunctie: een functie die is aangewezen als zijnde van vitaal belang voor de nieuwe or-ganisatie en die op basis van geschiktheidseisen wordt ingevuld.
Uitwisselbare functie(s): functies die bij toepassing van het afspiegelingsbeginsel (plaatsing) naar aard, inhoud, vereiste kennis, vaardigheden en competenties vergelijkbaar zijn en naar niveau en beloning gelijkwaardig zijn.
VWNW- traject: medewerkers die boventallig zijn verklaard worden begeleid in een `Van Werk Naar Werk-traject` conform hoofdstuk 10d CAR-UWO.
Werkgever: het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen.
Hoofdstuk 1
Artikel 1:1