**1..** Binnen een functie of functiegroep waar formatieplaatsen komen te vervallen, komen de me-dewerkers die de AOW-gerechtigde leeftijd reeds hebben bereikt het eerst voor boventalligheid in aanmerking, op grond van artikel 127b van de Ambtenarenwet.
**2..** Vervolgens komen binnen de functie of functiegroep de medewerkers met een tijdelijk dienstverband het eerst voor boventalligheid in aanmerking.
**3..** Indien er minder te vervallen formatieplaatsen resteren dan het aantal leeftijdscategorieën waarbinnen op gelijke wijze nog een medewerker voor boventalligheid in aanmerking komt, worden de medewerkers uit deze leeftijdscategorieën samengenomen en komen de medewerkers met de laagste anciënniteit voor boventalligheid in aanmerking.
**4..** Indien in een bepaalde leeftijdscategorie of bij toepassing van het eerste lid, de anciënniteit van meerdere medewerkers gelijk is, beslist de werkgever door selectie op basis van geschiktheid welke van deze medewerkers voor plaatsing dan wel boventalligheid in aanmerking komt.
**5..** Ingeval de vervanging van een elders gedetacheerde medewerker naar het oordeel van de werkgever in redelijkheid niet kan worden geëffectueerd, dan kan deze werknemer bij toepassing van het afspiegelingsbeginsel buiten beschouwing worden gelaten.
**6..** Indien een medewerker naar het oordeel van de werkgever over zodanige bijzondere kennis of bekwaamheden beschikt, dat zijn boventalligheid gelet op het dienstbelang te bezwaarlijk zou zijn, dan kan deze werknemer bij toepassing van het afspiegelingsbeginsel buiten beschou-wing worden gelaten.
**7..** Arbeidsbeperkten bedoeld in artikel 38b, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen kunnen bij toepassing van het afspiegelingsbeginsel buiten beschouwing worden gelaten.
**8..** Indien een medewerker boventallig wordt verklaard wegens het vervallen van een loonkostensubsidieregeling die de werkgever voor die medewerker ontving, dan is het afspiegelingsbeginsel niet van toepassing.
Hoofdstuk 5
Artikel 5:3