**1..** Jaarlijks voor 1 november biedt de rekenkamercommissie een jaarplan met begroting voor het volgende jaar ter kennis aan, aan de gemeenteraden. In het jaarplan is in ieder geval opgenomen welke onderzoeken de rekenkamercommissie overweegt op te pakken, voorzien van een evenwichtige verdeling van te plegen onderzoeken in de deelnemende gemeenten.
**2..** De volgende criteria worden door de Rekenkamercommissie gehanteerd bij de selectie van de te onderzoeken onderwerpen:
Moet te maken hebben met doelmatigheid of doeltreffendheid van het beleid, en de rechtmatigheid van het gemeentebestuur gevoerde bestuur;
Er moet sprake zijn van een substantieel belang;
Het moet door de gemeente(n) te beïnvloeden beleid betreffen;
In de opvolgende onderzoeken dient sprake zijn van een evenwichtige spreiding over gemeentelijke beleidsterreinen.
**3..** Ten behoeve van het in het eerste lid genoemde jaarplan worden de gemeenteraden tijdig in de gelegenheid gesteld tot het doen van suggesties t.b.v. onderzoeken. Hiervoor treedt de rekenkamercommissie in overleg met de in artikel 6 van de samenwerkingsovereenkomst genoemde klankbordgroep.
**4..** Gemotiveerde verzoeken tot het verrichten van een onderzoek kunnen worden gedaan door de gemeenteraad van de deelnemende gemeenten zowel gezamenlijk als afzonderlijk als door inwoners van de deelnemende gemeenten.
**5..** De commissie informeert de gemeenteraden over wat er met het verzoek wordt gedaan. Indien de commissie niet aan het verzoek voldoet, zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren.
**6..** Voordat met een onderzoek wordt gestart stelt de rekenkamercommissie een onderzoeksopzet op, die ter kennisname wordt voorgelegd aan de betreffende raden. De raden kunnen, op advies van de in artikel 6 genoemde Klankbordgroep zienswijzen indienen.
**7..** In de onderzoeksopzet wordt in ieder geval opgenomen:
de afbakening van het onderzoeksterrein;
de formulering van de onderzoeksvraagstelling;
de eventuele randvoorwaarden bij de uitvoering van het onderzoek;
de planning van het onderzoek;
de begroting.
**8..** De rekenkamercommissie beslist welke onderwerpen worden onderzocht en op welke wijze.
**9..** De rekenkamercommissie is bevoegd bij alle leden van een gemeentelijk bestuursorgaan en bij alle ambtenaren van de gemeenten dan wel de werkorganisatie BUCH de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig heeft voor de uitvoering van het onderzoek.
**10..** De leden van het gemeentelijke bestuursorgaan en de ambtenaren van de gemeenten dan wel werkorganisatie BUCH verstrekken desgevraagd alle inlichtingen die de rekenkamercommissie ter vervulling van haar taak nodig acht.
**11..** De rekenkamercommissie is bevoegd bij de besturen en of directies van de hierna genoemde organisaties de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig heeft voor de uitvoering van het onderzoek, zijnde:
openbare lichamen en gemeenschappelijke organen ingesteld krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen waaraan de gemeente deelneemt;
instellingen die een subsidie, lening of garantie van de gemeente ontvangen;
naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen waarvan de gemeente ten minste 50% van het aandelenkapitaal houdt;
rechtspersonen die een bij of krachtens de wet geregelde taak uitoefenen en daartoe geheel of gedeeltelijk worden bekostigd uit de opbrengst van bij of krachtens de wet ingestelde heffingen.
**12..** De rekenkamercommissie kan met in achtneming van het beschikbare budget zich laten bijstaan door deskundigen en/of onderzoekbureaus inhuren.
**13..** Om de onderzoeken van de rekenkamercommissie naar behoren te kunnen uitvoeren zijn de stukken, die onder oplegging van geheimhouding aan de rekenkamercommissie ter beschikking worden gesteld, ook beschikbaar voor de secretaris van de rekenkamercommissie en de door de rekenkamercommissie aangewezen onderzoekers en deskundigen.
HOOFDSTUK 2
Artikel 10
Onderzoeksopdracht en bevoegdheden
Onderdeel van Verordening gemeenschappelijke rekenkamercommissie BUCH 2018-2023