Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 6

De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument en beschermd gemeentelijk archeologisch monument

Onderdeel van Erfgoedverordening Zevenaar 2018

1.. Het college kan, al dan niet op schriftelijke aanvraag van een belanghebbende, een onroerend monument of terrein aanwijzen als beschermd gemeentelijk monument of beschermd gemeentelijk archeologisch monument. 2.. Een besluit tot aanwijzing als gemeentelijk monument, als bedoeld in lid 1, wordt onderbouwd met een redengevende omschrijving. 3.. Voordat een kerkelijk monument wordt aangewezen, voeren burgemeester en wethouders overleg over het voornemen met de eigenaar. 4.. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt hij advies aan de Erfgoedcommissie en zo nodig de regioarcheoloog. In spoedeisende gevallen kan het vragen van dit advies achterwege blijven. In dat geval wordt alsnog achteraf advies gevraagd aan de Erfgoedcommissie. 5.. Het college kan ten behoeve van de aanwijzing van een monument als beschermd monument bepalen, dat cultuurhistorisch onderzoek wordt verricht. 6.. De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond van de Erfgoedwet of een provinciale Erfgoedverordening als bedoeld in 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet. 7.. Het college geeft van zijn voornemen tot aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument of beschermd gemeentelijk archeologisch monument kennis aan de eigenaren. Tevens wordt aan degene die om aanwijzing heeft verzocht het voornemen kenbaar gemaakt. De kennisgeving geschiedt schriftelijk; in spoedeisende gevallen kan hiervan worden afgeweken.

Rechtspraak bij dit artikel