Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7

Uitvoering lokale rechtspositieregelingen

Onderdeel van Verordening inzake instelling en organisatie van de griffie

1. Aan burgemeester en wethouder wordt de bevoegdheid gedelegeerd tot het uitvoeren van de CAR UWO, van de lokale rechtspositieregelingen en daaraan verbonden nadere regelingen ten behoeve van de griffier en het overige griffiepersoneel, met uitzondering van: het nemen van besluiten met betrekking tot de benoeming, de schorsing en het ontslag van de griffier en het overige griffiepersoneel, hetgeen geschiedt overeenkomstig het gestelde in artikel 5, de leden 1 en 2; het vaststellen van overige instructies en dienstopdrachten ten aanzien de griffier en het overige griffiepersoneel; het verlenen van vakantie en verlof aan de griffier en het overige griffiepersoneel; besluiten met betrekking tot de ontwikkeling, beoordeling en beloning van de griffier en het overige griffiepersoneel; het nemen van disciplinaire maatregelen ten aanzien van de griffier en het overige griffiepersoneel. 2. De uitvoering van de in het eerste lid onder b tot en met e genoemde uitzonderingen wordt voor wat betreft de griffier gemandateerd aan het presidium. 3. De uitvoering van de in het eerste lid onder b tot en met e genoemde uitzonderingen wordt voor wat betreft het griffiepersoneel gemandateerd aan de griffier.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel