Naar hoofdinhoud
In aanvulling van het gestelde in artikel 15 van de Algemene subsidieverordening Leidschendam-Voorburg 2016 levert houder op uiterlijk 15 juli van het lopende subsidiejaar een tussenrapportage over de periode januari tot en met juni van dat jaar aan burgemeester en wethouders aan, middels het format tussenrapportage peuteropvang. In afwijking van het gestelde in artikel 8 van de Algemene subsidieverordening Leidschendam-Voorburg 2016 levert houder op uiterlijk 1 mei van het jaar volgend op het jaar waarover subsidie is verleend, een verzoek in tot subsidievaststelling. Bij het verzoek tot subsidievaststelling wordt naast een inhoudelijk verslag van de uitgevoerde activiteiten het format eindrapportage peuteropvang aan burgemeester en wethouders aangeleverd. Houders die VVE aanbieden dienen een evaluatie van het werkplan VVE in zoals aangeleverd bij de aanvraag. De subsidieontvanger maakt in de verantwoording inzichtelijk dat er sprake is van een volledig gescheiden financiële administratie van publieke en private middelen. Voor subsidies van € 50.000,- en hoger dient de eindrapportage voorzien te zijn van een goedkeurende accountantsverklaring over de jaarrekening van de houder. Voor subsidies tot € 50.000,- geldt dat burgemeester en wethouders bij de houder nadere gegevens kunnen opvragen om de rechtmatigheid van de besteding van de subsidie conform de opgelegde voorwaarden te controleren. Daartoe is houder verplicht burgemeester en wethouders desgewenst inzage te geven in diens administratie. Indien de gemeente inzage in gegevens, genoemd onder lid 6 opvraagt, worden deze door de houder enkel anoniem, niet tot de persoon te herleiden, verstrekt. De subsidieontvanger kan burgemeester en wethouders verzoeken om uitstel van de in het eerste en tweede lid genoemde verplichting. Een dergelijk verzoek wordt minimaal vier weken voor de genoemde datum voorzien van een motivering ingediend.

Rechtspraak bij dit artikel