Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 16.

Uittreden.

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Werkplein Drentsche Aa 2019

1. Het college van een gemeente kan besluiten tot het treden uit de regeling. 2. Het college brengt het besluit tot het uittreden zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk drie kalendermaanden voor het einde van het jaar waarin het college dat besluit heeft genomen, ter kennis van het algemeen bestuur. 3. Het besluit tot uittreden gaat niet eerder in dan op 31 december van het jaar volgend op het jaar waarin het algemeen bestuur van het besluit genoemd in lid 1 en lid 2 in kennis is gesteld en het besluit tot uittreding is gepubliceerd, (publicatie in Staatscourant art 26 Wgr). 4. De financiële schade die door het uittreden aan het samenwerkingsverband is toegebracht wordt, inclusief de hierdoor ontstane wachtgeldverplichtingen, aan de uittredende gemeente in rekening gebracht. 5. Voor de vaststelling van de financiële schade wordt door het samenwerkingsverband en de uittredende gemeente een commissie benoemd. De commissie rapporteert binnen 3 maanden na in functie treden. Het advies van de commissie is voor partijen bindend. De kosten voor het inschakelen van de commissie zijn voor rekening van de uittredende gemeente. 6. Voor de samenstelling van de commissie wijzen het samenwerkingsverband en de uittredende gemeente ieder een lid aan. Beide leden wijzen gezamenlijk een derde lid aan. Dit lid treedt als voorzitter van de commissie op.

Rechtspraak bij dit artikel