1. Bij het opheffen van het samenwerkingsverband besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de noodzakelijke regels op.
2. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de colleges van de gemeenten gehoord, vastgesteld.
3. Het liquidatieplan voorziet in de verplichtingen van de gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing.
4. Het liquidatieplan wordt vergezeld van een personeelsplan waarin de gevolgen worden geregeld die de opheffing heeft voor het personeel.
5. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie.
6. De organen van de gemeenschappelijke regeling blijven ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie is voltooid.
7. De wijziging (opheffing) gaat in op de eerste dag na de publicatie in de Staatscourant of op een daarna in het besluit aangegeven tijdstip.
Hoofdstuk
Artikel 18.
Opheffen.
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Werkplein Drentsche Aa 2019