De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd voor een periode van vier jaar. Zij kunnen één keer voor een periode van vier jaar herbenoemd worden.
De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan het college.
De aftredende of ontslag nemende voorzitter of leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.
Met ingang van 1 januari 2020 treden ieder jaar op 1 januari twee van de leden af die op het ogenblik van het in werking treden van deze verordening zitting hebben in de commissie, te beginnen met de langst zittende leden. De secretaris stelt een rooster op.