1. Er is sprake van boven-gebruikelijke zorg, als de voor de jeugdige noodzakelijke zorg chronisch meer is dan de noodzakelijke zorg die een jeugdige van dezelfde leeftijd zonder beperking redelijkerwijs nodig heeft, voor wat betreft aard, frequentie en benodigde tijd. Bij chronische situaties gaat het om langdurige zorg waarbij naar verwachting de zorg langer dan drie maanden nodig zal zijn.
2. Er is geen sprake van boven-gebruikelijke zorg bij niet-chronische situaties. Bij niet-chronische situaties gaat het om kortdurende zorg waarbij er uitzicht is op herstel van de situatie van de jeugdige en de ouder(s) en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige en de ouder(s). Het gaat hierbij om kortdurende zorg waarbij naar verwachting de zorg niet langer dan drie maanden nodig zal zijn.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2