**1..** Fracties besteden de bijdrage om hun volks vertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol te versterken.
**2..** De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van:
uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en overige regelingen;
betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van prestaties (diensten of goederen) geleverd ten behoeve van de fractie op basis van een gespecificeerde, reële declaratie;
giften;
uitgaven welke dienen bestreden te worden uit vergoedingen die de leden ingevolge het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden toekomen;
algemene opleidingen voor raadsleden tenzij deze inhoudelijk gerelateerd zijn aan de politieke uitgangspunten van de deelnemers.
**3..** De bijdrage mag uitsluitend gebruikt worden ter bekostiging van:
Kosten van een fractie assistent;
kosten ten behoeve van het communiceren van de fractie, zoals het opzetten en onderhouden van een website, het plaatsen van advertenties en overige communicatiemiddelen;
kosten van excursies;
kosten ten behoeve van het door de fractie nemen van initiatieven zoals onderzoekskosten en de kosten ten behoeve van het organiseren van themabijeenkomsten;
kosten die samenhangen met een mogelijke bijdrage ten behoeve van het afvaardigen van een vertegenwoordiging van de fractie in het kader van het gemeentelijk internationaal beleid;
bureaukosten van de fractie;
scholingskosten, door de fractie of door fractieleden ten behoeve van het functioneren van de fractie gemaakt;
kleine attenties of geschenken, mits daar een tegenprestatie aan ten grondslag ligt.
**4..** De fracties zijn verantwoordelijk voor alle fiscale of andere wettelijke verplichtingen die verband houden met uitbetaalde vergoedingen voor verrichte werkzaamheden en verrichten daartoe alle noodzakelijke handelingen.
**5..** Aan de besteding van de bijdrage dienen concrete bewijsstukken ten grondslag te liggen. Uit deze bewijsstukken moet blijken voor welk doel betalingen zijn verricht. Indien bewijsmiddelen ontbreken, bestaat geen recht op een bijdrage.
Hoofdstuk 2
Artikel 7