Indien bij een materiële controle tekortkomingen zijn vastgesteld, worden de gevolgen daarvan bepaald. Daarbij staat uiteraard het belang van de burger centraal, en wordt onder meer rekening gehouden met de volgende aspecten:
de omvang van de fout of afwijking;
normatieve bekendheid met zorg- en declaratievoorschriften;
eventuele eerdere fouten of waarschuwingen;
opstelling van de aanbieder (onder andere bereidheid tot medewerking onderzoek);
zorgvuldige afweging van gerechtvaardigde belangen;
zorgvuldige procedure (o.a. tijdige communicatie en adequate motivering door het college);
belangen van cliënten;
het gevolg staat in verhouding tot de geconstateerde tekortkoming;
redelijkheid en billijkheid.
Artikel 5.