Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6

Artikel 6.2

Vaststellen hoogte persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Urk

1.. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen, hulpmiddelen en woningaanpassingen bedraagt in ieder geval niet meer dan de huur- dan wel aanschafprijs van de goedkoopst passende bijdrage, waaronder gerekend onderhoud, reparatie en verzekering zoals die door het college aan de aanbieder verschuldigd is. 2.. Het college kan de hoogte van het persoonsgebonden budget als bedoeld in het vorige lid vaststellen op basis van een offerte. 3.. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor diensten is afgeleid van de tarieven waarvoor het college deze diensten heeft gecontracteerd en bedraagt niet meer dan een percentage van dat tarief, of een vast bedrag; 4. . De hoogte van het persoonsgebonden budget voor diensten niet zijnde huishoudelijke ondersteuning welke worden ingekocht: bij een aanbieder die in loondienst werkzaam is bij een organisatie die staat ingeschreven in het Handelsregister als zijnde aanbieder van maatschappelijke ondersteuning of, bij een aanbieder die niet in loondienst werkzaam is bij een organisatie maar wel als beroepskracht (in opleiding) kan worden aangemerkt, bedraagt in ieder geval niet meer dan 100% van het tarief waarvoor het College deze diensten heeft ingekocht. bij een aanbieder wordt in de tarieven rekening gehouden met overheadkosten en andere kostencomponenten. 5. . De hoogte van het persoonsgebonden budget voor diensten niet zijnde huishoudelijke ondersteuning welke worden ingekocht bij een persoon uit het sociale netwerk van de cliënt bedraagt in ieder geval niet meer dan 50% van het tarief waarvoor het college deze diensten heeft ingekocht. 6. . De hoogte van het persoonsgebonden budget voor huishoudelijke ondersteuning welke wordt ingekocht bij een aanbieder die in loondienst werkzaam is bij een organisatie die staat ingeschreven in het Handelsregister als zijnde aanbieder van maatschappelijke ondersteuning bedraagt in ieder geval niet meer dan 100% van het goedkoopste tarief waarvoor het college deze diensten heeft ingekocht. 7. . De hoogte van het persoonsgebonden budget voor huishoudelijke ondersteuning welke wordt ingekocht bij een persoon uit het sociale netwerk van de cliënt of een persoon die werkt volgens de landelijke regeling dienstverlening aan huis bedraagt maximaal € 13,00 per uur. 8. . Uit het persoonsgebonden budget mogen de reiskosten van de persoon aan die het persoonsgebonden budget wordt uitbetaald in verband met het bieden van maatschappelijke ondersteuning bij diensten, worden betaald. 9. . De hoogte van het persoonsgebonden budget voor het overnemen van huishoudelijke taken wordt berekend op gehele uren. Indien er sprake is van een deel van een uur, wordt het persoonsgebonden budget naar rato, afgerond op minuten. 10. . Onder diensten als bedoeld in dit artikel kan ook het noodzakelijke vervoer worden verstaan van en naar de locatie waar de maatschappelijke ondersteuning wordt geboden. 11. . Het persoonsgebonden budget moet in ieder geval toereikend zijn om maatschappelijke ondersteuning in te kunnen kopen welke voldoet aan de kwaliteitseisen als bedoeld in de wet en in redelijkheid geschikt is voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel