In verband met het opstellen van het jaarverslag, moet van meldingen altijd een mededeling aan de eigen cpi(s) van de organisatie van de regio-melder worden gedaan.
De organisatie van de melder dient de ontvangende cpi aan te stellen voor de duur van de zaak in de zin van de Regeling melding vermoeden misstand Drechtsteden/Zuid-Holland Zuid.
De ontvangende cpi vraagt de regio-melder om toestemming om de zaak inhoudelijk (volledig) te mogen delen met de eigen cpi(s) (ook als de ontvangende cpi de zaak gaat behandelen).
De ontvangende cpi kan bij de eigen cpi's van de regio-melder informatie over de organisatie opvragen.
Indien de melder geen toestemming geeft voor inhoudelijk (volledig) delen van de melding, dan licht de ontvangende cpi de eigen cpi(s) op anonieme wijze en in algemene bewoordingen over de zaak in. Hiervoor maakt de ontvangende cpi gebruik van het schema in Bijlage 1.
De melding bij de eigen cpi(s) vindt zo snel mogelijk na het eerste gesprek plaats.
De eigen cpi(s) kunnen de ontvangende cpi nog vragen stellen over de noodzaak van onderlinge vervanging.
De ontvangende cpi houdt voor zover mogelijk de eigen cpi(s) op de hoogte over het verloop of afloop van de melding, zodat de eigen cpi de melding in het jaarverslag kan opnemen.
De eigen cpi neemt de melding op in het jaarverslag, door melding te maken van het soort zaak en ook het aantal uren dat hieraan besteed is, met de opmerking dat de melder is bijgestaan door een cpi vanuit de regio.
De ontvangende cpi neemt de uren eveneens op in zijn jaarverslag, maar dan alleen als externe melding (zonder inhoud) en het aantal uren dat hieraan besteed is.
Artikel 10
Verwerken van meldingen
Onderdeel van Protocol onderlinge vervanging contactpersonen integriteit regio Drechtsteden / Zuid Holland Zuid