Naar hoofdinhoud
1.. De vergunning kan slechts worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. 2.. Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een monument met een religieuze bestemming, geen vergunning als bedoeld in artikel 14, eerste lid, dan in overeenstemming met de eigenaar indien en voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel