Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 21.

Individuele begeleiding

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Aalsmeer

1.. Met het oog op gangbare dagelijkse activiteiten, het organiseren van het huishouden en de administratie kan de cliënt voor individuele begeleiding in aanmerking komen als hij: door lichamelijke, cognitieve of psychische beperkingen; beperkingen in de zelfredzaamheid niet of nauwelijks in staat is tot regievoering, planning van activiteiten, regelen van dagelijkse zaken, het zelfstandig nemen van besluiten, structureren van de dag en/of het organiseren van sociale contacten om sociaal isolement te voorkomen. 2.. Met het oog op de gangbare dagelijkse activiteiten het organiseren van het huishouden en de administratie kan voor de cliënt een maatwerkvoorziening getroffen worden voor het stimuleren van en toezicht houden bij, het ondersteunen bij, het oefenen met en/of het overnemen van het organiseren van deelname aan activiteiten in het dagelijks leven; het stimuleren van en toezicht houden bij, het ondersteunen bij, het oefenen met en/of het overnemen van het voeren van de huishouding waaronder een beheren van geld en het voeren van de administratie; het stimuleren van en toezicht houden bij, het ondersteunen bij en/of het oefenen met de opbouw van sociale contacten en met als doel het voorkomen van een sociaal isolement; het stimuleren van en toezicht houden bij en het ondersteunen bij de eigen (persoonlijke) verzorging door de cliënt waar dat mogelijk is en waarbij de cliënt zoveel mogelijk zelf de regie behoudt over de verzorging; of het bieden van toezicht. 3.. De individuele begeleiding wordt in uren per week uitgedrukt en er worden doelen gesteld. De omvang, de frequentie en de activiteiten zijn afhankelijk van de aard en complexiteit van de problematiek en de mate van regie die de cliënt heeft.

Rechtspraak bij dit artikel