Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 7

Hulp bij het huishouden

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Aalsmeer

1.. De cliënt kan voor hulp bij het huishouden in aanmerking komen indien: aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of beperking; en problemen met de inzet van gebruikelijke zorg en mantelzorg het zelf uitvoeren van een of meer huishoudelijke taken onmogelijk maken. 2.. Met het oog op het voeren van een huishouden kan voor de cliënt een maatwerkvoorziening getroffen worden. voor het huishoudelijke werk ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrekken, keuken, sanitaire ruimte(n) en gang/trap/overloop, exclusief buitenruimte (ramen, tuin, balkon); ten aanzien van het doen van boodschappen, voor wat betreft levensmiddelen, schoonmaakmiddelen en toiletartikelen, alsmede het bereiden van (brood)maaltijden; ten aanzien van het wassen, zo nodig strijken en opruimen van kleding; of ten aanzien van het - tijdelijk ter overbrugging van een periode noodzakelijk voor het nemen van structurele maatregelen – vervangen van de ouder voor de dagelijkse gebruikelijke zorg, onder andere het toezicht houden op de in het huishouden aanwezige kinderen; ten aanzien van signalering en overname van regie over het huishouden. 3.. Van inwonende kinderen wordt in het kader van gebruikelijke zorg, mits zij niet overbelast of gehandicapt zijn, per leeftijdsgroep de volgende bijdrage aan het huishouden verwacht. Kinderen tot 5 jaar leveren geen bijdrage aan de huishouding; Kinderen van 5 tot 12 jaar kunnen naar hun mogelijkheden worden betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden als opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen, boodschap doen, kleding in de wasmand gooien; Kinderen vanaf 13 jaar kunnen naast bovengenoemde taken hun eigen kamer op orde houden, zoals opruimen, stofzuigen, bed verschonen; Vanaf 18 jaar wordt verwacht dat iemand de huishoudelijke taken kan uitvoeren behorende bij een eenpersoonshuishouden (vergelijkbaar met een uitwonende student); Vanaf 23 jaar wordt men als volwassen beschouwd en wordt men in staat geacht een ouder volledig te vervangen in het huishouden. 4.. Gemeenschappelijke ruimten behoren tot de eigen verantwoordelijkheid van de gemeenschap. 5.. De omvang van Hulp bij het huishouden wordt uitgedrukt in uren per week. 6.. Bij de indicatiestelling wordt rekening gehouden met (dreigende) overbelasting van een mantelzorger. 7. Voor de onderbouwing van de maatwerkvoorziening hulp bij huishouden wordt, met uitzondering van de normering voor wasverzorging, gebruik gemaakt van het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019 van Bureau HHM. 8. Voor de onderbouwing van de normering wasverzorging wordt gebruik gemaakt van het CIZ-protocol Huishoudelijke Verzorging. 9. Bij bijzondere situaties kan worden afgeweken van het normenkader zoals genoemd in het 7de en 8ste lid.

Rechtspraak bij dit artikel