Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 19

Woonkostentoeslag

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2018

1.. Het college kan een (periodieke) toeslag voor woonkosten voor de duur van 6 maanden verlenen bij een: huurwoning, waarvan de huurlasten gelijk of boven de maximale huurgrens (rekenhuur) voor de huurtoeslag liggen; huurwoning, waarvan de huurlasten boven de maximale huurgrens voor de huurtoeslag liggen; koopwoning. 2.. De hoogte van de bijzondere bijstand is afhankelijk van de huurprijs of hypotheekrente plus aanverwante kosten koopwoning. Deze wordt in aanvang vastgesteld overeenkomstig de berekening huurtoeslag tot de maximale huurgrens. Dat bedrag wordt tot 100% boven de huurgrens aangevuld tot de werkelijke woonkosten huur of hypotheekrente. 3.. Als een woonkostentoeslag als bedoeld in eerste lid onder b of c verleend wordt en voorzienbaar is dat, bij ongewijzigd huurtoeslagbeleid, de woonkostentoeslag het volgend huurtoeslagjaar ook nodig zal zijn, kan het college de voorwaarde verbinden dat de belanghebbende naar vermogen tracht een goedkopere woning te vinden. Er wordt dan voor een periode van maximaal 12 maanden woonkostentoeslag bijstand verleend. 4.. Als de belanghebbende, in de in het vorige lid bedoelde situatie, redelijke pogingen ondernomen heeft om goedkopere woonruimte te verkrijgen en dit niet gelukt is, kan de bijstand bij wijze van uitzondering worden verlengd. 5. . De voorwaarde als bedoeld in lid 3 wordt niet opgelegd bij bijstandsverlening voor woonkosten aan bewoners van een eigen woning als bedoeld in eerste lid onder c, zolang; de bijstand verstrekt wordt onder voorwaarde tot het vestigen van een krediethypotheek; de verhuizing permanent tot hogere kosten zal leiden. 6. . Op de voor bijstand in aanmerking komende kosten wordt de (eventueel) aanwezige draagkracht in mindering gebracht.

Rechtspraak bij dit artikel