Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 6

Voorwaarden, draagkracht en toekenning

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2018

1.. In aanmerking voor individuele bijzondere bijstand komt de belanghebbende zonder draagkracht: die minimaal 18 jaar en ouder is en niet als student is aan te merken in de zin van de Wet studiefinanciering 2000, of de persoon die onderwijs volgt waarvoor hij in aanmerking kan komen voor een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, en de persoon die een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs in de beroepsbegeleidende leerweg volgt; aan wie rechtens zijn vrijheid niet is ontnomen zoals bepaald in artikel 13 van de wet, tenzij het college omwille van zeer dringende redenen een uitzondering daarop maakt; die beschikt over een minimuminkomen, of te wel een inkomen tot maximaal 130% op de van toepassing zijnde bijstandsnorm; die beschikt over een bescheiden vermogen, namelijk een vermogen tot 100% van het vrij te laten vermogen naar de van toepassing zijnde bijstandsnorm zoals aangegeven in artikel 34 van de wet; die niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit het minimuminkomen, de individuele inkomenstoeslag, de individuele studietoeslag of het bescheiden vermogen zoals aangegeven in onderdeel d van dit artikel; 2.. Tot de draagkracht wordt, tenzij hiervan in deze beleidsregels uitdrukkelijk wordt afgeweken, gerekend: 100% van het inkomen boven het minimuminkomen, d.w.z. boven 130% van de voor de belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm; 100% van het vermogen boven het bescheiden vermogen, d.w.z. boven de vermogensgrenzen als bedoeld in artikel 34 van de wet. 30% van het inkomen voor zover dit meer is dan 100% en minder dan 130% van de bijstandsnorm inclusief de gemeentelijke toeslag. 3.. In geval van een aanvraag voor de onderstaande vergoedingen wordt, in tegenstelling tot lid 2, onder a, 100% van het inkomen boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm tot de draagkracht gerekend: bijstand voor 18- tot 21-jarigen, voor zover die de landelijke norm te boven gaat; bijstand voor 18- tot 21-jarigen in een inrichting; bijstand voor kosten van een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen. 4.. Een draagkracht tot een vastgesteld bedrag (€ 25,00) wordt niet in mindering gebracht. 5.. Bij het vaststellen van het vermogen kan bij ouderen een extra vrijlating worden toegepast van maximaal € 8.000,- per persoon indien zij aan kunnen tonen niet te beschikken over een adequate uitvaartverzekering, maar hiervoor op een aparte rekening reserveren. 6.. Indien binnen de vastgestelde draagkrachtperiode sprake is van een inkomensstijging of daling, dan wordt de draagkracht niet gewijzigd. 7.. Een uitzondering is een substantiële wijziging van ten minste 25% van het inkomen per maand, bij een nieuwe aanvraag, tijdens een vastgestelde draagkrachtperiode. De vastgestelde draagkracht uit inkomen of vermogen wordt herbeoordeeld en getoetst aan het tweede lid. Indien niet meer wordt voldaan aan deze criteria wordt het recht ingetrokken en beëindigd. 8.. De draagkracht wordt berekend voor een periode van maximaal 12 maanden vanaf de eerste dag van de maand waarin de eerste kosten zijn gemaakt. 9.. In afwijking van het 7e lid wordt voor een pensioengerechtigde de draagkracht eenmaal per 3 jaar vastgesteld, onder de voorwaarde dat wijzigingen in het inkomen en vermogen worden doorgeven. 10.. Periodieke bijzondere bijstand wordt toegekend voor een periode van maximaal 12 maanden vanaf de eerste dag van de maand waarin de kosten zijn gemaakt. 11.. Periodieke bijzondere bijstand wordt aan een pensioengerechtigde toegekend voor een periode van maximaal 36 maanden, vanaf de eerste dag van de maand waarin de kosten zijn gemaakt. 12.. Het vastgestelde draagkrachtjaar wordt volledig aangewend. 13.. De bijzondere bijstand betreft een doelverstrekking en dient uitsluitend te worden aangewend voor de kosten waarvoor de bijstand is verstrekt. 14.. Indien blijkt dat er onjuist gebruik is gemaakt van de verstrekte bijzondere bijstand kan het gehele bedrag worden teruggevorderd conform de wet en de beleidsregels terugvordering en verhaal gemeente Waddinxveen. 15.. Indien er sprake is van inkomen boven het minimuminkomen, of vermogen gelijk of hoger dan het bescheiden vermogen wordt geacht voldoende draagkracht aanwezig te zijn om in de kosten te kunnen voorzien.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel