De voorzieningen bedoeld in artikel 3, eerste lid, bestaan uit:
voorzieningen op het gebied van sport en cultuur;
voorzieningen in de vorm van het zwemtraject A;
voorzieningen op het gebied van educatie en deelname aan maatschappelijke activiteiten voor kinderen;
voorzieningen voor schoolreizen, schoolexcursies en werkweken middelbaaronderwijs;
voorziening in de vorm van een fiets;
voorziening voor reiskosten;
voorziening in de vorm van een computer, iPad of laptop;
voorziening in de vorm van kleding.