**1..** Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag:
een uitweg te maken naar de weg;
van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg;
verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
**2..** Een omgevingsvergunning voor een uitweg voor een woonperceel wordt geweigerd indien:
die al een bestaande uitrit naar de weg heeft;
de aangevraagde uitrit breder is dan 4 meter.
**3..** De omgevingsvergunning kan worden geweigerd in het belang van:
de bruikbaarheid van de weg;
het veilig en doelmatig gebruik van de weg;
de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;
de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.
**4..** Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatwerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 5.
Artikel 2:12
Maken, veranderen van een uitweg
Onderdeel van ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING DRECHTERLAND 2018