De avonden van het Bredaas beRaad bestaan driemaal per maand uit parallelle sessies, elk rondom één onderwerp. Die sessies kunnen beeld-, oordeels- of besluitvormend van aard zijn. Een nadere beschrijving per fase volgt hieronder.
Op één donderdag in de maand vindt een debatraad plaats. Dat is een plenaire raadsbijeenkomst in de betekenis van de Gemeentewet, waar onderwerpen worden behandeld waarover in een eerder Bredaas beRaad moties en/of amendementen zijn aangekondigd. Als de agenda van de debatraad het toestaat, kunnen op die avond ook sessies gepland worden.
Werkbezoeken van de raad op locatie (in stad of dorp) vinden plaats aan het einde van de donderdagmiddag vanaf 16.00 uur, zodanig dat raadsleden gelegenheid hebben de maaltijd te gebruiken tussen werkbezoek en de eerste sessies in.
BEELDVORMING:
Kenmerkende woorden en begrippen voor de beeldvorming zijn: informatie ophalen, luisteren naar, gegevens inwinnen, kennis vergaren, vragen stellen, inspreken, presenteren. Wat nìet bij deze fase past is: “ik vind” of “u vindt toch ook wel” uit de mond van een (burger)raadslid.
Soorten beeldvormende sessies zijn onder meer:
informatiesessies op initiatief van het college van B&W om de raad nader te informeren over voorliggende conceptraadsbesluiten waarbij al dan niet belanghebbenden of experts genodigd kunnen worden
informatiesessies op aanvraag van (burger)raadsleden over voorliggende voorstellen van het college van B&W, waarbij al dan niet belanghebbenden of experts genodigd kunnen worden
bijeenkomsten los van een voorstel van raad of college, op aanvraag van inwoners of een organisatie (zie art. 9, 1 onder c: een burgersessie, moet vergezeld zijn van een samenhangend bespreekstuk met 50 of meer handtekeningen, ter beoordeling van de agendacommissie). De griffie verleent desgevraagd ondersteuning aan de inwoners bij het opstellen van een bespreekstuk
bijeenkomsten over initiatiefvoorstellen of bespreeknotities van (burger)raadsleden. Ook hierbij kunnen belanghebbenden of experts genodigd worden
bijeenkomsten over bespreeknotities van het college van B&W
bijeenkomsten met veel (>5) bezwaarmakers tegen voorgenomen beleid of besluiten die op de agenda staan, die het karakter hebben van een hoorcommissie: elke bezwaarmaker krijgt dan enkele minuten gelegenheid het bezwaar toe te lichten
bijeenkomsten met een gering aantal belanghebbenden bij een voorgenomen besluit of beleid die het karakter hebben van een gesprek: zij nemen dan plaats aan de tafel met de (burger)raadsleden (= burgergesprek)
een sessie waarin ruimte is voor de bijdrage van diverse insprekers die los staan van geagendeerde onderwerpen. Zo nodig worden elke donderdag dergelijke bijdragen geclusterd in één parallelle sessie.
inwoners of organisaties mogen gebruik maken van een marktkraam in de centrale hal van het Stadhuis om politici met (beeld)materiaal te attenderen op hun initiatief of probleem (politieke markt)
Van beeldvorming worden geen notulen gemaakt, wel worden eventueel gebruikte presentaties of inspraakbijdragen beschikbaar gesteld via het RIS. Leden van het college van B&W of hun ambtelijke ondersteuners zijn welkom bij alle beeldvormende bijeenkomsten. Bij voorstellen van college aan de raad kunnen wethouders desgevraagd zaken toelichten of vragen beantwoorden. Als de beeldvormende sessie plaatsvindt in de vorm van een gesprek in de opmaat naar een raadsvoorstel (van raad, college of stad) voert slechts één vertegenwoordiger van een fractie het woord. Overige fractieleden kunnen eventueel plaatsnemen op de publieke tribune.
OORDEELSVORMING:
Kenmerkende woorden en begrippen voor de oordeelsvorming zijn: debat, inhoudelijke argumenten, politieke standpunten, open houding, meningen, overtuigen, “ik vind”. Uitwisseling vindt plaats om te komen tot verdieping van argumenten, duidelijkheid over hoe zwaar leden argumenten meewegen. Wat nìet bij deze fase past is nog eens informatieve vragen stellen aan het college. In deze fase heeft de schrijver van het voorliggende voorstel aan de raad (college, raadslid, inwoner) zijn beeldvormende werk immers gedaan en ligt de nadruk op de wisseling tussen (burger-)raadsleden. Vragen beperken zich tot verduidelijking van politieke standpunten.
Oordeelsvormende sessies zijn, behoudens vergaderingen die op gronden van de Wet Openbaarheid van Bestuur in beslotenheid plaatsvinden, toegankelijk voor publiek en er worden beeld- en geluidsopnames en schriftelijke notulen gemaakt.Het publiek heeft tijdens deze parallelle sessies geen actieve rol, blijken van goed- of afkeuring vanaf de tribune worden niet op prijs gesteld. Hoofddoel is het komen tot standpunten per raadslid of per fractie. Discussie vindt plaats langs de lijnen van inhoudelijke en politieke argumenten en van de voorzitter wordt verwacht dat die daarop stuurt.
In elke oordeelsvormende sessie voert slechts één vertegenwoordiger van een fractie het woord. Evt. overige fractieleden zijn welkom als publiek.Het college van B&W is aanwezig bij de oordeelsvormende bijeenkomsten om in geval van voorliggende raadsvoorstellen afkomstig van het college, op aanvraag van leden van de vergadering, eigen argumenten te reageren op argumenten van raadsleden. Dit gebeurt pas nadat de fracties aan het woord zijn geweest.
Voorhangprocedure: een bijzondere vorm van oordeelsvorming is de zogenaamde voorhangprocedure, zoals beschreven in art. 169, lid 4 Gemeentewet. In die procedure vraagt het college van B&W aan de gemeenteraad om wensen en bedenkingen kenbaar te maken voordat het college van een eigen bevoegdheid gebruik maakt “indien de raad daarom verzoekt of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente”. Wanneer daarvan sprake is, blijft een inschatting van het college waarover achteraf politieke verantwoording afgelegd wordt aan de raad. Maar zodra de voorhangprocedure toegepast wordt, moet aan de volgende procesvoorwaarden voldaan worden:
het kenbaar maken van wensen en bedenkingen gebeurt tijdens een (oordeelsvormende) sessie binnen de vergaderavond van het Bredaas beRaad;
Het college legt voorafgaande aan deze sessie via de agendacommissie een conceptbesluit aan de beraadslaging ten grondslag, zodat (burger)raadsleden weten wààr ze wensen en bedenkingen over kenbaar kunnen maken;
De opbrengst van de beraadslaging komt vervolgens op de agenda van een besluitvormende bijeenkomst (hamerraad). Zo wordt gewaarborgd dat de raad zelf gaat over de formulering van zijn eigen wensen en interpretatie achteraf geen rol speelt.
Aan de oordeelsvorming over wensen en bedenkingen kan overigens ook beeldvorming in een sessie vooraf gaan. Het spiegelbeeld van de voorhangprocedure is de vroegtijdige betrokkenheid van het college van B&W bij de behandeling van initiatiefvoorstellen uit de raad. De raad zorgt ervoor dat het college in de gelegenheid wordt gesteld om zienswijzen of beleidsopvattingen kenbaar te maken over voorliggende initiatiefvoorstellen. Dit kan schriftelijk of mondeling tijdens beeld- of oordeelsvormende sessies.
BESLUITVORMING:
Besluitvorming leent zich niet voor een parallelle sessie, er is quorum nodig, en vindt daarom altijd plaats in een plenaire raadsvergadering. Die kan bestaan uit het zonder verder debat afhameren van eerder behandelde voorstellen (hamerraad). Hierbij kunnen korte stemverklaringen worden gegeven. Er worden schriftelijke notulen en beeldverslag gemaakt.Eens in de maand wordt daarnaast gedebatteerd en besloten over onderwerpen waarover moties en/of amendementen zijn aangekondigd. Voorbeelden van andere onderwerpen die voorbehouden zijn aan deze debatraad zijn benoemingen en voordrachten, de behandeling van cyclische producten en hoofdelijke stemming over voorstellen. Daarbij is het mogelijk om een deel van de avond te gebruiken voor parallelle beeld- en oordeelvormende sessies.Tijdens de besluitvormende bijeenkomsten zijn collegeleden op grond van de Gemeentewet aanwezig, met spreekrecht om o.m. te kunnen reageren op (uitvoerbaarheid van) moties en amendementen of initiatiefvoorstellen. Tijdens de debatraad nodigt de voorzitter in voorkomende gevallen collegeleden uit om deel te nemen aan de beraadslaging door zitting te nemen naast de raadsvoorzitter.
HOOFDSTUK 3:
Artikel 12.