Een aan de centrumregeling deelnemende gemeente kan uit de centrumregeling treden door een daartoe strekkend besluit van het college van burgemeester en wethouders van die gemeente en na verkregen toestemming van de desbetreffende raad. Dit besluit wordt direct ter kennis van andere deelnemende gemeenten gebracht.
Een deelnemende gemeente kan uitsluitend per 1 januari van een kalenderjaar uittreden. Het voornemen tot uittreding wordt door de deelnemende gemeente minimaal één jaar van te voren kenbaar gemaakt aan de centrumgemeente.
De centrumgemeente regelt in overleg met de deelnemende gemeenten de financiële gevolgen en de overige gevolgen van uittreding. De stuurgroep heeft hierin een zwaarwegende adviesbevoegdheid. De directe en indirecte kosten die rechtstreeks voortvloeien uit de uittreding komen ten laste van de uittredende gemeente(n).
Voor de uittredende gemeente geldt een inspanningsverplichting om gedwongen ontslagen ten gevolge van de uittreding bij de centrumgemeente te voorkomen.
Artikel 15- Opheffing regeling
De regeling wordt opgeheven, wanneer ten minste een 2/3e meerderheid van de colleges van de deelnemende gemeenten daartoe besluit, na daartoe verkregen toestemming van de desbetreffende raden.
De besluitvorming tot opheffing dient tenminste één jaar voorafgaand aan het moment van beëindiging plaats te vinden.
In het geval van opheffing van deze regeling regelt de centrumgemeente de financiële gevolgen van de opheffing in een liquidatieplan. Hierbij kan van de bepalingen van deze regeling en/of het service-level agreement zoals bedoeld in artikel 7 worden afgeweken.
Het liquidatieplan wordt door de centrumgemeente vastgesteld nadat de colleges van de deelnemende gemeenten daarmee hebben ingestemd.
Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemende gemeenten in de financiële gevolgen van de opheffing van de regeling. Het voorziet tevens in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel van de centrumgemeente, zoals bedoeld in artikel 3, lid 4 van deze regeling.
Hoofdstuk 4.
Artikel 14
- Uittreden
Onderdeel van CENTRUMREGELING VERWERVING JEUGDHULP REGIO ZUID-LIMBURG 2019