Naar hoofdinhoud

Artikel 19

Verbodsbepalingen.

Onderdeel van Parkeerverordening 2018 (2)

Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig te plaatsen of te laten staan op een parkeerapparatuurplaats, een belanghebbendenplaats of gehandicaptenparkeerplaats; Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel; Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt belemmerd of verhinderd; Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere middelen dan die welke in de kennisgeving op de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen; Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een belanghebbendenplaats, slechts aan vergunninghouders is toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden: zonder geldige vergunning; als de afgegeven vergunning in het motorvoertuig niet duidelijk zichtbaar is; in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften; 6. Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel