**1..** Het algemeen bestuur bestaat uit 6 leden.
** 2. .** De colleges wijzen uit hun midden ieder twee leden van het algemeen bestuur aan.
** 3. .** De colleges kunnen voor ieder lid tevens één plaatsvervangend lid uit hun midden aanwijzen, dat het lid bij verhindering of ontstentenis vervangt. Hetgeen in deze regeling is bepaald ten aanzien van een lid van het algemeen bestuur is van overeenkomstige toepassing op het plaatsvervangend lid, tenzij de regeling anders bepaalt.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf
Artikel 7