De aangifte wordt gedaan in de gemeente waar het briefadres zich bevindt.
De aangever is verplicht om bij de aangifte tot briefadres alle benodigde stukken te overleggen.
Onder benodigde stukken als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval verstaan:
een geldig identiteitsbewijs of kopie van degene die het briefadres wil gaan houden;
de aangifte van briefadres van de aangever met reden voor het kiezen van een briefadres en de te verwachten periode dat het briefadres noodzakelijk is;
een geldig identiteitsbewijs of een kopie ervan van de briefadresgever;
een schriftelijke verklaring van toestemming van de briefadresgever;
een ingevulde en ondertekende vragenlijst aanvrager briefadres, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, lid 1. Tevens dient de vragenlijst onderbouwd te worden met schriftelijke bewijsstukken.
Als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, lid 4, is een schriftelijke verklaring van de burgemeester noodzakelijk waaruit blijkt dat opname van een woonadres niet wenselijk is.
Als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, lid 1 onder a of f, dient het briefadres gekozen te worden bij een door het college aangewezen rechtspersoon.
Als het briefadres noodzakelijk is op grond van artikel 2, lid 1 onder f, dient de noodzakelijkheid te blijken uit een onderliggend dossier.
De briefadresgever kan maximaal aan twee gezinshuishoudens, aan twee alleenstaanden of aan één gezinshuishouden en één alleenstaande toestemming geven een briefadres te houden.
Lid 7 van dit arikel is niet van toepassing indien de briefadresgever het college van burgemeester en wethouders betreft of een door dit college aangewezen rechtspersoon, bedoeld in artikel 2.42 onder b van de Wet BRP.