In de situatie als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder b, mag een briefadres worden gekozen voor de duur van maximaal vier maanden. Deze termijn kan eenmalig met maximaal drie maanden worden verlengd.
In de situatie als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder d en e mag een briefadres worden gekozen voor de duur van maximaal de periode dat de aangever buiten Nederland zal verblijven.
Indien de briefadreshouder de termijn bij lid 1 wil verlengen zal hij of zij uiterlijk één maand vóór afloop van de viermaandentermijn een verzoek om verlenging moeten doen. Dit verzoek wordt opnieuw beoordeeld, waarbij met name wordt gekeken of de aanvrager inmiddels een woonadres heeft gekregen.
In de situaie als bedoeld in artikel 2, lid 4 mag een briefadres worden verleend voor de duur die de burgemeester noodzakelijk acht.
In die situatie als bedoeld in artikel 2, lid 1 onder a, c en f mag een briefadres worden verleend voor de duur dat hij of zij dak- of thuisloos is dan wel voor de duur dat hij of zij een ambulant beroep uitoefent dan wel voor de duur dat de toestand tot het behoren tot een kwetsbare groep voortduurt.
De aanvraag voor verlening van het briefadres wordt beoordeeld met inachtneming van de artikelen 2 en 5.
Onverminderd hetgeen is bepaald in het eerste tot en met het derde lid, is diegene op wie het briefadres betrekking heeft en een ander adres krijgt, gehouden om in de periode tussen vier weken vóór de beoogde verhuisdatum tot en met de vijfde dag na verhuisdatum hiervan aangifte te doen bij de gemeente waar hij zijn nieuwe adres heeft.