Subsidieaanvrager werkt met vaste contactpersonen voor de cliënt voor de duur van de hulpverlening, ter borging van de continuïteit in de hulp/ondersteuning.
Subsidieaanvrager richt in de sub-regio waarvoor de aanvraag is toegekend één leefhuis in.
Het leefhuis is een gezinsvervangende woning, in een normale woonwijk. Dit leefhuis is niet omheind. De keuze voor de locatie vindt plaats in nauwe afstemming met de gemeenten van de betreffende sub-regio.
In het leefhuis verblijven maximaal 6 jeugdigen.
Bij plaatsing van de jeugdige in een leefhuis, zijn nabijheid van de eigen de leefomgeving van de jeugdige en de groepssamenstelling leidend.
Alle jeugdigen behorend tot de doelgroep komen in aanmerking voor deelname aan de pilot en zullen niet van de pilot worden uitgesloten, tenzij hiervoor sprake is van zwaarwegende veiligheidsoverwegingen. Deze keuze verantwoordt u aan het college.
Jeugdigen van verschillende leeftijden en met verschillende hulpbehoeften kunnen bij elkaar geplaatst worden, tenzij de veiligheid hierdoor in het gedrang zou komen. Subsidieaanvrager dient te zorgen voor de noodzakelijke en passende hulpverlening en begeleiding in het leefhuis.
Behandeling van de jeugdige vindt waar mogelijk plaats in en om het leefhuis. De jeugdige wordt niet overgeplaatst/doorverwezen naar andere vormen van verblijf of andere aanbieders, tenzij dit noodzakelijk is vanuit het oogpunt van veiligheid of vanuit de specifieke zorgbehoefte van de cliënt.
Als een jeugdige uit een leefhuis wordt geplaatst vanwege de veiligheid, verantwoordt u deze keuze aan het college.
Alle voor de jeugdige benodigde hulp wordt door Subsidieaanvrager integraal ingezet. Daar waar het Subsidieaanvrager niet kan voorzien in een specifieke expertise, dient Subsidieaanvrager hier zelf een oplossing voor te organiseren, zonder aanspraak te kunnen maken op aanvullende arrangementen of vergoedingen vanuit deze subsidieregeling. Het perspectief van de jeugdige is hierin het uitgangspunt.
De jeugdige of diens wettelijke vertegenwoordiger wordt nadrukkelijk betrokken bij de totstandkoming van het hulpverleningsplan en eventuele wijzigingen daarop.
Het hulpverleningsplan, conform het model 1Gezin1Plan1Regisseur, wordt toegepast voor de jeugdigen in de pilot. De gemeentelijke toegang of gecertificeerde instelling heeft hierbij de procesregie. Subsidieaanvrager is verantwoordelijk voor de casusregie (inhoudelijk).
Subsidieaanvrager draagt zorg voor korte lijnen, coördinatie en afstemming en persoonlijk contact tussen de verschillende jeugdhulpaanbieders die diensten verlenen aan de jeugdige.
HOOFDSTUK 2
Artikel 5
Specifieke eisen
Onderdeel van Subsidieregeling Pilot Verblijf Jeugd 2019 Zuid-Limburg