Naar hoofdinhoud
1.. Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie indienen over een onderwerp of voorstel op de agenda, of over een onderwerp of voorstel dat zich niet op de agenda van de raad bevindt (motie Vreemd). 2.. Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden, schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. 3.. De behandeling van een motie vindt tegelijk plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel, waarop zij betrekking heeft. De motie vreemd wordt behandeld na de vragenronde of direct na opening van de raadsvergadering als geen vragenronde plaats vindt (zie artikel 19). 4.. Moties van afkeuring, wantrouwen, treurnis of soortgelijke strekking kunnen op elk moment van de vergadering worden ingediend. Op voorstel van de voorzitter bepaalt de raad wanneer zij worden behandeld. 5.. Een motie kan door de indiener of indieners worden ingetrokken totdat met de stemming een aanvang is gemaakt dan wel, indien geen stemming wordt verlangd, de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel