Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie ‘benoembaarheid wethouders’ bestaande uit drie raadsleden
Bij een tussentijdse benoeming van (een) wethouder zal in deze commissie geen raadslid zitting hebben, behorende tot de fractie van waaruit de kandidaat wordt voorgedragen. Bij een compleet nieuwe collegebenoeming wordt deze voorwaarde losgelaten.
De burgemeester geeft voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad c.q. de commissie ‘benoembaarheid wethouders’. De risicoanalyse en de eindconclusie zijn niet openbaar.
De commissie ‘Benoembaarheid wethouders’ onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet
De commissie verricht zijn werkzaamheden in een niet openbare vergadering waarvan geen verslag wordt gelegd.
De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. Indien de commissie’benoembaarheid wethouders’ niet unaniem is in zijn oordeel wordt hiervan melding gemaakt.
Hoofdstuk 1.
Artikel 5.
Benoeming wethouders
Onderdeel van Reglement van orde voor de raad Maasdriel 2018