Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 5.

Zittingsduur en vacatures

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2018

De zittingsperiode van een commissielid en -voorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad. Het lidmaatschap van een commissielid eindigt als niet meer wordt voldaan aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen. De raad kan een commissielid ontslaan op voorstel van de fractie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen. De raad kan de commissievoorzitter ontslaan. Een commissielid en de -voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan. Het lidmaatschap van commissieleden, benoemdop voordracht van een fractie die niet langer is vertegenwoordigd in de raad, vervalt van rechtswege.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel