De commissievoorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een vergadering de commissieleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken.
In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering, wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden.
Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 8, derde lid, van toepassing.
De agenda wordt bij aanvang van een vergadering door de raadscommissie vastgesteld.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 1.
Artikel 7.
Oproep en agenda
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2018