Naar hoofdinhoud
In dit besluit wordt verstaan onder: afgesloten binnenstad: het deel van de binnenstad dat afgebakend is met een geslotenverklaring met behulp van de verkeerstekens C1, C2, en C6 tot en met C21. Er geldt een verbod de betrokken weg in te rijden of in te gaan alsmede de betrokken weg te gebruiken buiten de laad- en lostijden. De afgesloten binnenstad is opgedeeld in een bewonersgebied en een kernwinkelgebied (zie kaartje in bijlage I); ANBI-status: status die door de belastingdienst als zodanig gegeven is aan een algemeen nut beogende instelling (ANBI); busbaan: als bedoeld in artikel 1, sub j RVV 1990; bewonersgebied: een door het college aangewezen gebied waar een parkeervergunning geldig is (groene gebied op kaartje in bijlage I). Zie het vigerende Aanwijzingsbesluit Parkeren; kernwinkelgebied: een aaneengesloten gebied in de afgesloten binnenstad, met een hoge concentratie aan winkels en dat afgebakend is met een geslotenverklaring met behulp van de verkeerstekens C1, C2, en C6 tot en met C21 en G7 van bijlage I van het RVV 1990 (rode gebied op kaartje in bijlage I); fysieke afsluiting: afsluiting van een bepaald punt met een beweegbare paal. Dit betreft de volgende afsluitingen: Luttik Oudorp, Sliksteeg/Herenstraat, Herenweg, Drechterwaard, Wilhelminalaan, Olympiaweg, Frieseweg en Nijenburgerweg; goederenvervoerder: een persoon die namens een bedrijf eigen goederen of goederen van derden vervoert en dient te laden of lossen op een bepaald adres; jaarontheffing: een ontheffing die het gehele ontheffingsjaar geldig is; kernwinkeltijden: de drukste winkelmomenten in de afgesloten binnenstad, van 11:00 – 17:00 uur; laad- en lostijden: de door het college van burgemeester en wethouders bij dit besluit vastgestelde tijden waarin het is toegestaan een gesloten gebied in te rijden ten behoeve van het onmiddellijk laden en lossen van goederen of het in- en uit laten stappen van passagiers. Deze tijden zijn te vinden in bijlage II; motorvoertuig: alle gemotoriseerde voertuigen behalve bromfietsen, fietsen met trapondersteuning en gehandicaptenvoertuigen, bestemd om anders dan langs rails te worden voortbewogen; ontheffing: een op basis van artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht en artikel 149 Wegenverkeerswet door het college van burgemeester en wethouders verleende ontheffing voor de genoemde artikelen in artikel 87 RVV; ontheffinghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een ontheffing is verleend; ontheffingsjaar: de periode van 1 februari tot en met 31 januari in het daarop volgende jaar; personenvervoer: lijn- en dienstregeling gebonden openbaar vervoer en vormen van aanvullend collectief vervoer; taxivervoer: vervoer als bedoeld in artikel 1, sub j jo sub h Wet Personenvervoer 2000; tijdelijke ontheffing: een ontheffing die tijdelijk geldig is. Deze ontheffing wordt verleend voor eenmalig gebruik of voor meermalen gebruik, gedurende een periode van 0 – 5 dagen; voorrangsvoertuigen: motorvoertuigen in gebruik bij politie en brandweer, motorvoertuigen in gebruik bij diensten voor spoedeisende medische hulpverlening, en motorvoertuigen van andere door Onze Minister aangewezen hulpverleningsdiensten, die blauw zwaai-, flits- of knipperlicht voeren en een tweetonige hoorn hebben om kenbaar te maken dat zij een dringende taak vervullen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel