Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze beleidsregels en nadere voorschriften. Bij een beroep op bijzondere omstandigheden wordt tenminste getoetst aan de volgende criteria:
De aanvrager dient de noodzaak voor de ontheffing te beargumenteren.
Het ontbreekt aan alternatieve mogelijkheden, waardoor onevenredig nadeel ontstaat wanneer geen ontheffing wordt verleend.
De aanvraag moet gezien worden in relatie tot het beoogde doel van de maatregel, waar ontheffing van wordt gevraagd.
De aanvrager houdt rekening met de volgende belangen:
de verkeersveiligheid;
een goed winkelklimaat en een fijne uitgaanssfeer;
de nachtrust;
het stimuleren van het gebruik van een alternatieve vervoerswijze voor de auto in dicht stedelijk gebied;
het voorkomen van sluipverkeer.
Mogelijke precedentwerking en de gevolgen daarvan moeten beperkt zijn.
Hoofdstuk 1
Artikel 6