1. De vergoeding voor raadsleden en burgerraadsleden voor reis- en verblijfkosten, gemaakt in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente, ter uitvoering van een besluit van het gemeentebestuur, is:
a. Voor wat betreft de reiskosten, gelijk aan het overeenkomstig in artikel 4, onderdeel a en b, van de Regeling rechtspositie wethouders bepaalde;
b. Voor wat betreft de verblijfskosten gelijk aan het overeenkomstig in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie wethouders bepaalde.
2. De in lid 1 bedoelde vergoeding wordt uitgekeerd na afloop van de dienstreis, op basis van een te overleggen declaratie.
Artikel 2
Reis- en verblijfkosten
Onderdeel van Verordening rechtspositie raadsleden en burgerraadsleden 2018