De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner hulp-op-maat kan krijgen in de vorm van beschermd wonen als hij deze woonvorm nodig heeft als gevolg van psychische of psychosociale problemen. De inwoner moet wel voldoen aan de voorwaarden genoemd in de artikelen 2.3.2 en 5.1 van deze verordening. Beschermd wonen kan worden ingezet als dit de inwoner helpt om zichzelf weer te kunnen handhaven in de samenleving. Beschermd wonen kan hierbij nodig zijn om:
de zelfstandigheid van de inwoner te vergroten en hem beter mee te laten doen in de samenleving.
het psychosociale functioneren van een inwoner te verbeteren
een psychiatrisch ziektebeeld te stabiliseren
maatschappelijke overlast te voorkomen, of
de inwoner geen gevaar voor zichzelf of zijn omgeving te laten zijn