[Wmo]
De inwoner betaalt een bijdrage in de kosten voor Wmo-hulp-op-maat (maatwerkvoorziening) als die hulp in natura of als pgb wordt gegeven. De hoogte van de bijdrage hangt onder andere af van het (gezamenlijke) inkomen van de inwoner.
Een bijdrage in de kosten, of het totaal van de bijdragen, is nooit hoger dan:
het bedrag dat betaald moet worden op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo, of
de kostprijs van de voorziening als deze lager is dan het bedrag dat volgens het Uitvoeringsbesluit Wmo zou moeten worden betaald.
De kostprijs van een maatwerkvoorziening wordt op de volgende manier bepaald:
door een aanbesteding;
na het raadplegen van leveranciers (marktconsultatie), of
in overleg met de gecontracteerde leverancier of door middel van een offerte van de leverancier.
Voor het bepalen van de kostprijs van voorzieningen wordt bij de kostprijs opgeteld de noodzakelijke kosten die aan de voorziening zijn verbonden (zoals onderhoud, reparatie en verzekering).
De maximale duur van de bijdrage hangt af van de soort voorziening:
Voor hulpverlening wordt een bijdrage in de kosten gevraagd zolang de hulpverlening duurt.
Voor roerende voorzieningen voor wonen of vervoer die in bruikleen worden verstrekt, wordt een bijdrage in de kosten gevraagd zolang de inwoner van die voorzieningen gebruikt maakt.
Voor roerende zaken die in eigendom aan de inwoner worden verstrekt, wordt 3 jaar lang een bijdrage in de kosten gevraagd.
Voor bouwkundige of woontechnische voorzieningen (uitgezonderd een traplift), is de periode waarin een bijdrage in de kosten moet worden betaald afhankelijk van de kostprijs:
Als de kostprijs van de voorziening lager is dan € 5.000,- kan 5 jaar lang een bijdrage in de kosten worden gevraagd.
Als de kostprijs van de voorziening ligt tussen € 5.000,- en € 10.000,- kan 10 jaar lang een bijdrage in de kosten worden gevraagd.
Als de kostprijs van de voorziening meer bedraagt dan € 10.000,- kan 15 jaar lang een bijdrage in de kosten worden gevraagd.
Voor een traplift kan 10 jaar lang een bijdrage in de kosten worden gevraagd.
Voor autoaanpassingen kan 7 jaar lang een bijdrage in de kosten worden gevraagd.
Voor andere hulp-op-maat kan 10 jaar lang een bijdrage in de kosten worden gevraagd.
De bijdrage in de kosten van maatschappelijke opvang wordt door het CAK vastgesteld en geïnd.
Gaat het om de kosten van een woningaanpassing voor een minderjarige inwoner, dan betalen de onderhoudsplichtige ouders de bijdrage. Dat geldt ook voor de ouder tegen wie een vaderschapsactie is ingesteld en de rechter dit verzoek heeft afgewezen (artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek), en voor degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een minderjarige inwoner.
De inwoner betaalt geen bijdrage in de kosten:
als de inwoner of de partner/echtgenoot al een bijdrage in de kosten van beschermd wonen moet betalen;
als de gemeente verwacht dat het opleggen van een bijdrage kan leiden tot mishandeling, verwaarlozing of ernstige schade voor de opvoeding en ontwikkeling van een minderjarige door de ouder(artikel 1.1 van de Jeugdwet). Dit besluit wordt genomen na advies van een instelling voor algemeen maatschappelijk werk, de Raad voor de Kinderbescherming of het meldpunt ‘Veilig thuis’;
voor een (sport)rolstoel;
voor een inwoner die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, met uitzondering van woningaanpassingen.
Hoofdstuk 6.
Artikel 6.4
Wat is de bijdrage in de kosten?
Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Kampen