Een PGB is niet mogelijk:
als de inwoner het PGB (budget)plan niet of onvolledig heeft ingevuld;
als de inwoner weigert het PGB (budget)plan desgevraagd te bespreken met de gemeente of na voor zo’n gesprek te zijn opgeroepen zonder geldige reden niet verschijnt;
als de inwoner, of indien de inwoner jonger is dan 18 jaar, één van zijn ouders of voogden surseance van betaling heeft aangevraagd of failliet is verklaard;
als ten aanzien van de inwoner of, indien de inwoner jonger is dan 18 jaar, één van zijn ouders of voogden , de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend;
als de inwoner verwijtbaar onder toezicht staat of een bewindvoerder heeft tenzij de bewindvoerder of iemand anders het volledige beheer van het PGB op zich neemt. Onder verwijtbaar wordt verstaan dat de persoon handelingen heeft verricht of keuzes heeft gemaakt die ertoe hebben geleid dat toezicht of bewindvoering noodzakelijk is;
de gemeente niet instemt met een of meer aspecten van het PGB-plan;
als naar het oordeel van de gemeente niet voldoende aannemelijk is dat met het PGB wordt voorzien in toereikende ondersteuning van voldoende kwaliteit;
voor sociaal-recreatief vervoer als de inwoner in deze behoefte kan voorzien door gebruik te maken van het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer;
als de voorziening een kilometerbudget voor de (rolstoel)taxi betreft;
de uitvoerder van de ondersteuning dezelfde (rechts)persoon is die het PGB beheert, tenzij dit, gezien de situatie van de inwoner, de aard van de ingekochte ondersteuning en de waarborgen waarmee een verantwoorde besteding van het PGB is omgeven, naar het oordeel van de gemeente aanvaardbaar is;
als degene die het PGB beheert voor de inwoner een band heeft met de zorgleverancier / zorgverlener waardoor er sprake zou kunnen zijn van belangenverstrengeling;
als aan de inwoner eerder een PGB is verleend en de inwoner zich niet gehouden heeft aan de bij de verlening van dat eerdere PGB opgelegde verplichtingen en voorwaarden;
naar verwachting niet de gestelde gebruiksduur compenserend is;
voor zover het PGB is bestemd voor vakantie / verblijf in het buitenland als maatwerkvoorziening in de Wmo 2015. Een PGB, in het kader van de Jeugdwet, is niet mogelijk als het besteed wordt in het buitenland en het gaat om meer dan 13 weken per jaar of een aaneengesloten periode langer dan zes weken. Dit geldt niet als de gemeente hiervoor vooraf expliciet toestemming geeft. De eventuele besteding in het buitenland wordt dan meegenomen in het Pgb-plan;
het PGB bedoeld is ter compensatie van een overbelaste mantelzorger. Voor respijtzorg kan een andere maatwerkvoorziening worden aangevraagd.
voor bemiddelings- of administratiekosten, coördinatie of kosten voor voortgezette diagnostiek.
Hoofdstuk 6.
Artikel 6.3.2
Wanneer is een PGB niet mogelijk
Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Kampen