1. Een raadscommissie bestaat uit ten minste 1 lid per fractie naar evenredigheid van drie zetels, of een deel hiervan, in de gemeenteraad.
2. De commissieleden worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd.
3. Zowel raadsleden als niet-raadsleden kunnen lid zijn. De artikelen 10, 11, 12 en 13 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op commissieleden die geen raadslid zijn. Deze commissieleden hebben daarnaast tijdens de laatste raadsverkiezingen op de kandidatenlijst van de desbetreffende fractie gestaan.
4. De raad benoemt op voordracht van de fracties voor iedere raadscommissie ten minste één plaatsvervangend lid per fractie, dat bij afwezigheid van een commissielid zitting heeft in de betreffende raadscommissie.
5. De raad benoemt de commissievoorzitters.
6. De voorzitter is geen lid van de commissie.
Hoofdstuk 1.
Artikel 4.