De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven ter zake van:
a) voertuigen voorzien van een geldige Europese gehandicaptenparkeerkaart, mits deze parkeerkaart met de daartoe bestemde zijde op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats direct achter de voorruit van het voertuig is geplaatst;
b) voertuigen van huisartsen en verloskundigen die visites maken, mits deze voertuigen als zodanig herkenbaar zijn;
c) aanhangwagens als bedoeld in artikel 1, onder a, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, voor een periode van maximaal drie aaneengesloten dagen;
d) ambulances, voertuigen van politie en brandweer voor zover deze voertuigen voor het uitoefenen van de dienst worden gebruikt, mits deze voertuigen als zodanig herkenbaar zijn;
e) voertuigen voorzien van een voor dat voertuig geldig fysiek of digitaal vergunningsbewijs, voor zover het een vergunning betreft voor dezelfde zone als de desbetreffende plaats. Het fysiek verstrekte vergunningsbewijs dient goed leesbaar achter de voorruit van het voertuig te worden aangebracht.
f) voertuigen voorzien van een voor dat voertuig geldig fysiek of digitaal ontheffingsbewijs. Het fysiek verstrekte ontheffingsbewijs dient goed leesbaar achter de voorruit van het voertuig te worden aangebracht;
g) elektrische voertuigen gedurende het opladen van hun accu’s, die staan op daarvoor aangewezen plaatsen.