Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7

Wijze van heffing en termijn van betaling

Onderdeel van Verordening parkeerbelastingen 2018

1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte bij de aanvang van het parkeren of op andere wijze. 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van een aanslag en moet worden betaald door middel van de daarbij toegestuurde acceptgiro en vóór de hierop vermelde uiterste betaaldatum. In het geval van een andere betaalwijze moet contant worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. 3. Een naheffingsaanslag moet worden betaald door middel van de bij het duplicaat toegestuurde acceptgiro en vóór de hierop vermelde uiterste betaaldatum. 4. Voor de toepassing van het eerste lid wordt het in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften als voldoening op aangifte aangemerkt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel