**1..** Naast de in artikel 4:35 van de wet genoemde gevallen kan het college een aanvraag voor subsidie weigeren indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:
de activiteiten van de aanvrager niet gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of niet ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;
de activiteit na de periode waarvoor subsidie wordt ontvangen geen continuïteit kent;
de subsidieontvanger niet een zodanige werkwijze toepast en de activiteiten niet zodanig toegankelijk zijn dat de door hem of gemeentelijk beoogde beleidsdoelstellingen redelijkerwijs kunnen worden bereikt;
Met inbegrip van de aangevraagde subsidie de benodigde financiële middelen niet ter beschikking staan om realisering van de doelstellingen te verwerkelijken;
de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken;
in die activiteiten op een naar het oordeel van het college toereikende wijze anders wordt voorzien;
de activiteit een winstoogmerk heeft;
de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde.
**2..** Een subsidie kan voorts worden geweigerd indien:
de aanvraag in strijd is met regels bij of krachtens deze verordening gesteld;
de aanvraag is ingediend nadat de activiteit heeft plaatsgevonden of het tijdvak waarvoor subsidie wordt aangevraagd is verstreken;
Hoofdstuk 4.
Artikel 8.