Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Intrekkingsgronden

Onderdeel van Verordening inzake kansspelautomaten en speelautomatenhallen 2010

De burgemeester kan de vergunning intrekken: indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder e; indien gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen; indien de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode van langer dan zes maanden wordt onderbroken; indien ernstig gevaar voor de openbare orde, veiligheid en/ of zedelijkheid ontstaat.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel