De burgemeester kan de vergunning intrekken:
indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder e;
indien gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen;
indien de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode van langer dan zes maanden wordt onderbroken;
indien ernstig gevaar voor de openbare orde, veiligheid en/ of zedelijkheid ontstaat.
Artikel 10
Intrekkingsgronden
Onderdeel van Verordening inzake kansspelautomaten en speelautomatenhallen 2010