Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in de bijlage afschrijvingsbeleid bij deze verordening.
Afschrijving vindt plaats vanaf het jaar dat het actief in gebruik is genomen. Wordt het actief in de loop van het jaar in gebruik genomen, dan wordt het afschrijvingsbedrag in het eerste jaar gerelateerd aan het deel van het jaar dat het actief is gebruikt.
Rente over immateriële - en materiële vaste activa wordt toegerekend over de boekwaarde van deze activa op 1 januari van het betreffende jaar.
Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.
Hoofdstuk 3.
Artikel 8.