In artikel 4 van bijlage II Bor wordt gesproken over de term “bebouwde kom”. Voor de uitvoering van deze bepaling is het nodig het begrip “bebouwde kom” te concretiseren.
Bij het bepalen van de bebouwde komgrens moet conform jurisprudentie uitgegaan worden van de ruimtelijke invalshoek en niet van de komgrenzen volgens de Wegenverkeerswet of de Wet natuurbescherming. Bij het bepalen van de stedenbouwkundige bebouwde kom wordt gekeken naar de feitelijke aanwezigheid van min of meer aaneengesloten bebouwing.
Hoofdstuk
Artikel 3.7
Stedenbouwkundige bebouwde kom
Onderdeel van Planologische afwijkingsmogelijkheden 2018