Van de hoofdregel 4.1.2 kan worden afgeweken in de volgende gevallen. Hierbij moet voor de leden 2 t/m 6 worden getoetst aan de algemene afwegingscriteria zoals genoemd in hoofdstuk 5:
als de gevraagde uitbreiding van het hoofdgebouw (= bijbehorend bouwwerk) wel passend is binnen de regels voor de bouw van het hoofdgebouw maar niet past binnen de regels voor de bouw van bijbehorende bouwwerken;
als het bouwwerk past binnen het vastgestelde ruimtelijk beleid voor het buitengebied van Enschede;
als het een bouwwerk betreft waarbij het bebouwd oppervlak op het perceel niet toeneemt;
als het bouwwerk op voormalig openbaar groen wordt gebouwd mits voldaan wordt aan het gestelde in artikel 2 bijlage II Bor waarbij de aangekochte grond (grenzend aan het perceel met hoofdgebouw) voor deze afwijkingsgrond wordt beschouwd als ‘erf’;
voorzieningen ten behoeve van mantelzorg. Zie voorwaarde onder Mantelzorg;
als er sprake is van bijzondere en/of onvoorziene omstandigheden die vergunningverlening rechtvaardigen. De aanvrager moet deze bijzondere/onvoorziene omstandigheid bij de aanvraag motiveren. Het is ter beoordeling van de gemeente of sprake is van een bijzondere/ onvoorziene omstandigheid waardoor niet aan het geldende bestemmingsplan kan worden voldaan.
Toelichting
Artikel 4 onderdeel 1 bijlage II Bor maakt relatief gezien veel mogelijk binnen en buiten de bebouwde kom. Vanwege deze ruime beleidsvrijheid is het wenselijk om middels deze hoofdregel enige inperking te geven. In de actuele bestemmingsplannen zijn de bouwmogelijkheden voor bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied zoveel mogelijk afgestemd op wat ruimtelijk gezien maximaal aanvaardbaar wordt geacht voor een goed woon- en leefklimaat in relatie tot de gewenste ruimtelijke kwaliteit van het gebied. In combinatie met de ruime vergunningsvrije bouwmogelijkheden voor het achtererfgebied wordt het daarom in beginsel niet wenselijk geacht medewerking te verlenen aan bouwmogelijkheden in afwijking van het bestemmingsplan.
Het kan voorkomen dat op een specifieke locatie het bestemmingsplan onbedoeld bepaalde bouwmogelijkheden tegen gaat. Met de uitzonderingen op de hoofdregel wordt voor die gevallen toch voorzien in enige flexibiliteit en daarmee ontwikkelingsmogelijkheden.
Het kan voorkomen dat het bestemmingsplan onbedoeld bepaalde bouwmogelijkheden tegen gaat.
Een voorbeeld hiervan kan zijn dat het binnen de bestemmingsplanregels niet mogelijk is een woning met een inhoud van 450 m3 te vergroten naar de maximaal toegestane 750 m3. Dit terwijl een nieuwbouw woning met een inhoud van 750 m3 op dezelfde locatie wel mogelijk is op grond van de bestemmingsplanregels. Om deze reden is de uitzondering onder artikel 4.1.3 onder 1 opgenomen.
Openbaar groen
Openbaar groen heeft in een bestemmingsplan meestal niet dezelfde bouwmogelijkheden als een woonbestemming. Als openbaar groen is verkocht en feitelijk gevoegd is bij de tuin van de betreffende woning, zal bij een eerstvolgende bestemmingsplanherziening de bestemming worden aangepast aan de feitelijke situatie (erf bij een woning, tuin) en zullen er normaliter meer bouwmogelijkheden ontstaan.
Zolang deze bestemmingsplanherziening nog niet is gerealiseerd, houden wij bij de afweging om al dan niet medewerking te verlenen aan een afwijking van het bestemmingsplan rekening met hetgeen vergunningsvrij bebouwd had mogen worden als de aangekochte grond al bij het erf van de woning had behoord
.
Mantelzorg
De vergrijzing in de samenleving heeft tot gevolg dat de vraag naar vormen van zorg toeneemt. Dit uit zich onder andere in de toename van de vraag naar mogelijkheden om zelf te kunnen zorgen voor familieleden of andere personen waarmee men een sociale, niet bedrijfsmatige, relatie heeft.
Eén van die mogelijkheden is het toevoegen van een mantelzorgwoning/-voorziening in of nabij een bestaande woning waarbij de mantelzorgverlener of mantelzorgontvanger deze woonoplossing betrekt en vanuit die directe nabijheid voortdurend mantelzorg kan verlenen of ontvangen.
De woonoplossing kan bestaan uit inwoning, een mantelzorgwoning die (deels) in een aanbouw of (vrijstaand) bijgebouw gerealiseerd wordt of in de vorm van een mobiele mantelzorgwoning.
De woonoplossing is altijd tijdelijk van aard: voor de duur van de mantelzorgrelatie.
Voordat wij beoordelen of het realiseren van een mantelzorgwoning/-voorziening bij een woning mogelijk dan wel gewenst is, levert de initiatiefnemer een origineel getekende schriftelijke verklaring van een (huis)arts aan waaruit de behoefte blijkt voor mantelzorg als bedoeld in artikel 1 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht.
Hoofdstuk
Artikel 4.1.3
Uitzonderingen op hoofdregel 4.1.2
Onderdeel van Planologische afwijkingsmogelijkheden 2018