Aan een verzoek voor het plaatsen van een tijdelijke woonvoorziening (bijvoorbeeld woonunit, stacaravan) in geval van (ver)bouw van de woning, wordt in principe meegewerkt als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
Er wordt geen tijdelijke woonvoorziening toegestaan ten behoeve van een nieuw te bouwen woning in een nieuwbouwwijk binnen de bebouwde kom (herontwikkeling- en uitbreidingslocaties). Zie ook toelichting;
De aanvrager onderbouwt dat er sprake is van een tijdelijke behoefte van de woonvoorziening en voor welke periode deze noodzakelijk is (met een maximum van 2 jaar). Dit kan bijvoorbeeld door het overleggen van een planning van de (ver)bouwwerkzaamheden;
Er is een omgevingsvergunning verleend voor de betreffende verbouw van de woning c.q. (vervangende) woningbouw dan wel de plaatsing van de tijdelijke woonvoorziening wordt in één gezamenlijke aanvraag ingediend met de activiteit (ver)bouw van het hoofdgebouw. Dit tenzij de (ver)bouw vergunningsvrij is of in geval van een calamiteit;
Als er vergunningsvrij wordt verbouwd, moeten de bouwwerkzaamheden concreet zijn aangegeven waaruit blijkt dat een tijdelijke woonvoorziening noodzakelijk is;
De tijdelijke woonvoorziening moet worden geplaatst op het perceel behorende bij de bestaande woning c.q. op de bouwkavel;
De tijdelijke woonvoorziening mag binnen de bebouwde kom niet voor de voorgevel van de bestaande woning worden gebouwd;
De tijdelijke woonvoorziening moet binnen de bebouwde kom minimaal 3 meter van de naburige perceelsgrenzen (zij- en achterpercelen) worden gebouwd;
De tijdelijke woonvoorziening heeft een maximale hoogte van 3,5 meter;
Na het plaatsen van de woonvoorziening, moet er voldoende ruimte zijn voor het opslaan van bouwmaterialen op eigen terrein;
Na afloop van de vergunde termijn – of eerder wanneer de woning is betrokken – moet de tijdelijke woonvoorziening zijn verwijderd;
Een toetsing aan de algemene afwegingscriteria zoals opgenomen in hoofdstuk 5 moet tot een positief resultaat leiden.
Toelichting tijdelijke woonvoorziening
In de afgelopen jaren zijn er diverse verzoeken ingediend voor het plaatsen van een tijdelijke woonvoorziening. Bij een ingrijpende verbouwing of vervangende nieuwbouw heeft de (toekomstige) bewoner soms tijdelijk een ander onderdak nodig. Bij het in eigen beheer uitvoeren van de bouwwerkzaamheden is er een extra reden om te kiezen voor een tijdelijke woonvoorziening op de bouwplaats. Meestal is er op het perceel waar wordt gebouwd wel ruimte voor het plaatsen van een (sta)caravan of woonkeet. Deze tijdelijke woonvoorziening staat op het bouwperceel of erf waar gebouwd wordt en zal uitsluitend worden gebruikt tijdens de uitvoering van het bouwwerk.
De vraag voor vervangende tijdelijke woonruimte kan ook worden verwacht gedurende nieuwbouw in stedelijk gebied zoals op herontwikkelingslocaties of in uitbreidingsgebieden. Met het toestaan van tijdelijke woonvoorzieningen in dergelijke gebieden kunnen rommelige en onoverzichtelijke situaties ontstaan. Daar komt bij dat de veiligheid van eventuele bewoners niet voldoende kan worden gewaarborgd. Met name nieuwbouwwijken zijn immers vaak onoverzichtelijk, voorzien van bouwhekken en kennen nog een tijdelijke infrastructuur. Ze zijn hierdoor slecht bereikbaar voor hulpdiensten. Daarnaast zijn nutsvoorzieningen veelal nog niet beschikbaar en is de inzameling van afval nog niet georganiseerd. Daarnaast is er sprake van veel aan- en afrijdende bouwverkeer. Aan een tijdelijke woonvoorziening in een nieuwbouwwijk wordt daarom geen medewerking verleend.
Het plaatsen van een dergelijke woonvoorziening voldoet bijna nooit aan het bestemmingsplan. Daarvoor is dan een tijdelijke omgevingsvergunning nodig, waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Bij het verlenen van de tijdelijke omgevingsvergunning vindt er een afweging plaats. Om deze afweging beter te kunnen maken, is er intern behoefte aan een toetsingskader. Dit met name om sneller een besluit te kunnen nemen, maar ook om rechtsgelijkheid te creëren. Aan de burger kan vooraf duidelijkheid worden gegeven, over de haalbaarheid van het verzoek.
Over het algemeen zijn de units geen representatieve bouwwerken. Daarom moet een unit niet langer staan dan nodig is en voor zover mogelijk, niet op een zichtlocatie.
Dit beleid geeft een aantal randvoorwaarden waaraan voldaan moet worden om af te wijken van het geldende bestemmingsplan. De omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend voor een periode van maximaal twee jaar. Voor langere termijnen zijn wij van mening dat de aanvrager naar andere huisvestigingsmogelijkheden moet zoeken. In de vergunning wordt als voorwaarde opgenomen dat na afloop van de in de vergunning genoemde termijn- of wanneer de definitieve woning kan worden betrokken-, de woonvoorziening moet zijn verwijderd.
Tijdelijke bouwwerken bij bedrijven, kantoren of andere instellingen vallen buiten deze regeling. Dit beleid gaat enkel en alleen over het plaatsen van een tijdelijke woonruimte. Voor overige situaties dient een afzonderlijke belangenafweging plaats te vinden.
Hoofdstuk
Artikel 4.11.1
Hoofdregel voor het plaatsen van een tijdelijke woonvoorziening
Onderdeel van Planologische afwijkingsmogelijkheden 2018